Communicatie · bedraad
M-Bus voor water- en warmtemeters
De Meter-Bus is in de bemetering de standaard om veel meters op één leiding aan te sluiten. Op deze pagina leest u hoe de H2O en de DELTA III op de M-Bus worden aangesloten, waar u bij het ontwerp op moet letten en hoe de waarden in het gebouwbeheersysteem terechtkomen.
Werking
Eén master, twee draden, veel meters
- M-Bus: één kabel, veel metersDe master voedt de tweedraadsleiding met ca. 40 V. Alle meters zijn parallel aangesloten; de polariteit maakt niet uit.
- M-Bus: uitlezenDe master selecteert een meter via zijn secundaire adres. Alleen die meter antwoordt, door zijn stroomopname te moduleren.
- RS-485: lijn met afsluitingEen getwist aderpaar A/B loopt als lijn van apparaat naar apparaat, met 120 Ω aan beide uiteinden. RS-485 is de fysieke interface.
- Modbus RTU: vraag en antwoordDe protocollaag: de master bevraagt een slave-adres (1–247) met een functiecode; de meter antwoordt met een CRC-16-controlesom.
- LoRa: radio naar de gatewayDe meter zendt korte uplinks op 868 MHz. Elke gateway binnen bereik ontvangt ze, zonder kabel naar het meetpunt.
- LoRa: server en applicatieGateways sturen de gegevens door naar de netwerkserver, die ze doorgeeft aan de applicatie. Bereik en zendinterval beperken datavolume en actualiteit.
Hoe is een M-Bus-systeem opgebouwd?
Een M-Bus-master, bijvoorbeeld een datalogger, voedt een tweedraadsleiding. Alle meters worden parallel aangesloten; de polariteit maakt niet uit. Lijn-, ster- en boomtopologieën zijn mogelijk; ringen kunt u beter vermijden.
In rust neemt elke meter een standaardbelasting van ongeveer 1,5 mA van de bus af. De master moet de som van alle belastingen kunnen leveren. Als een meter antwoordt, verhoogt hij kort zijn stroomopname en de master detecteert deze verandering.
Adressering
Naast het primaire adres (1 tot 250) heeft elke meter een uniek secundair adres dat in de fabriek is toegekend. Daarmee selecteert de master een specifieke meter, zonder dat er ter plaatse adressen hoeven te worden toegewezen. Helvatron-meters identificeren zich met de fabrikantcode HVT.
Busvoeding
De H2O kan optioneel via de M-Bus worden gevoed. De DELTA III is verkrijgbaar met M-Bus-voeding en een back-upbatterij. Zonder deze optie werken beide meters op batterij en dient de M-Bus alleen voor communicatie.
Aandachtspunten bij het ontwerp
- Tel het aantal meters en hun standaardbelastingen op voor de master
- Kies kabellengte en aderdoorsnede volgens de specificaties van de fabrikant van de master
- Gebruikelijke baudrate 2400 Bd; een telegram duurt ruim minder dan een seconde
- Documenteer secundaire adressen en meterlocaties tijdens de installatie
- Warmtemeters en watermeters kunnen op dezelfde bus werken
Systeemopbouw
Van de M-Bus naar het gebouwbeheersysteem
Een gangbare opbouw: de meters van een gebouw zijn aangesloten op een EMU M-Center, dat de meters uitleest, de waarden opslaat en doorgeeft aan bovenliggende systemen.
Stap voor stap: inbedrijfstelling van het EMU M-Center met de H2O en DELTA III. Ons zusterbedrijf EMU behandelt de basis van M-Bus uitgebreid, inclusief de berekening van de busbelasting, op emuag.com.
Uitvoeringen
H2O en DELTA III met M-Bus
H2O met M-Bus
DN15 tot DN500, achtervoegsel ABM in het artikelnummer, bijvoorbeeld WABG.20C.ABM voor DN20. Ook verkrijgbaar met Wireless M-Bus (S1, T1 en OMS).
DELTA III met M-Bus
DN15 tot DN1000, achtervoegsel ABM. Gecombineerd met RS-485 (ABMM) of LoRa (ABML) voor twee communicatiewegen.
Vragen over M-Bus
Moet ik bij het aansluiten op de polariteit letten?
Nee. M-Bus is polariteitsonafhankelijk; de twee draden mogen dus worden verwisseld.
Hoeveel meters kan een EMU M-Center uitlezen?
Maximaal 250 M-Bus-apparaten. Via de twee RS-485-interfaces komen daar nog maximaal 64 Modbus-apparaten bij.
Welke fabrikantcode gebruiken Helvatron-meters?
HVT. Aan deze code herkent de master Helvatron-apparaten bij het scannen van de bus.