Kennisbank · naslag

Woordenlijst

De belangrijkste begrippen rond watermeters, warmtemeters, ultrageluid en temperatuurverschil, kort uitgelegd en waar mogelijk met waarden voor de H2O en DELTA III.

Watermeters

Q3 – permanent debiet
Het debiet waarbij een watermeter continu mag worden gebruikt. Bij de H2O van 2,5 m³/h (DN15) tot 4000 m³/h (DN600).
Q4 – overbelastingsdebiet
Hoogste debiet dat kortstondig is toegestaan. Bij de H2O 1,25 keer Q3.
Q1 – minimaal debiet
Laagste debiet waarbij de meter binnen de maximaal toelaatbare fouten meet.
Meetbereik R (dynamisch bereik)
Verhouding Q3/Q1, bij warmtemeters qp/qi. R400 betekent dat de meter nauwkeurig meet tot een vierhonderdste van het permanente debiet.
Temperatuurklasse
Bovengrens van de watertemperatuur, bijvoorbeeld T50 voor 50 °C. De H2O is leverbaar in T30, T50, T70 en T90.
Terugstroming
Water dat tegen de pijlrichting in stroomt. De H2O registreert het voorwaartse en het achterwaartse volume afzonderlijk.
Rechte in- en uitlooplengte (straight section)
Recht leidingdeel vóór en na een meter waarin het stromingsprofiel zich kan stabiliseren. De H2O en de DELTA III hebben van DN15 tot DN40 geen rechte in- en uitlooplengtes nodig.
WRAS
Britse goedkeuring voor producten die in contact komen met drinkwater. De H2O is WRAS-goedgekeurd.

Warmtemeters en temperatuur

Warmtemeter
Meetinstrument voor thermische energie, bestaande uit een flowsensor, een temperatuurvoelerpaar en een rekenwerk.
Koudemeter
Meet koude-energie; de retour is warmer dan de aanvoer. De DELTA III telt warmte en koude in aparte registers.
BTU-meter (BTU meter)
In het Midden-Oosten en Noord-Amerika gangbare term voor warmte- en koudemeters. BTU staat voor British Thermal Unit.
Aanvoer
Leiding van de warmte- of koudebron naar de verbruiker.
Retour
Leiding van de verbruiker terug naar de bron.
Temperatuurverschil Δθ
Verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur in kelvin. Hoe kleiner Δθ, hoe nauwkeuriger de voelers moeten zijn.
Kelvin (K)
Eenheid voor temperatuurverschillen. 1 K komt overeen met een verschil van 1 °C.
Warmtecoëfficiënt k
Factor die rekening houdt met de dichtheid en de soortelijke warmtecapaciteit van water, die van de temperatuur afhangen. Vastgelegd in EN 1434.
Rekenwerk (calculator)
De elektronica van de warmtemeter, die uit volume en temperaturen de energie berekent, weergeeft en opslaat.
Pt500 / Pt1000
Platina-weerstandsvoelers met 500 Ω of 1000 Ω bij 0 °C. Pt1000 is minder gevoelig voor de weerstand van de aansluitkabel.
Temperatuurvoelerpaar (sensor pair)
De twee op elkaar afgestemde temperatuurvoelers van een warmtemeter.
Split-uitvoering (split type)
Rekenwerk dat los van de flowsensor is gemonteerd en er met een kabel mee is verbonden.
qp – nominaal debiet
Continu debiet van een warmtemeter. Bij de DELTA III van 1,5 m³/h (DN15) tot 6000 m³/h (DN1000).
qi / qs
Laagste en hoogste toegestane debiet van een warmtemeter. Bij de DELTA III geldt qs = 2 × qp.

Ultrageluid

Ultrasone transducer
Component dat elektrische pulsen omzet in geluid en omgekeerd. Twee transducers zenden en ontvangen afwisselend.
Looptijdmethode (transit time method)
Meetprincipe dat de looptijd van een geluidspuls met en tegen de stroming in vergelijkt. Het verschil is evenredig met de stroomsnelheid.
Reflector
Spiegel in de meetbuis die het geluid langs een vastgelegd pad leidt. Bij de DELTA III van metaal en zelfreinigend.
Meetkanaal
Eén geluidspad door de leiding. De DELTA III meet vanaf DN50 met 2 kanalen en vanaf DN350 met 4.
Lucht in de leiding
Luchtbellen verstoren de geluidsvoortplanting. Ultrasone meters herkennen dit en melden een fout.
Leidingen spoelen (flushing)
Spoelen van nieuwe leidingen voordat de meter wordt geplaatst, om vuil en montageresten te verwijderen. Tot dan wordt in plaats van de meter een passtuk geplaatst.

Normen en goedkeuringen

MID
Europese meetinstrumentenrichtlijn 2014/32/EU. Voorwaarde voor meters die voor de afrekening worden gebruikt.
Module B en module D
Conformiteitsbeoordelingsprocedures volgens de MID: B is het typeonderzoek, D de kwaliteitsborging van de productie.
EN 1434
Europese norm voor warmtemeters.
EN 14154 / ISO 4064
Normen voor watermeters.
OIML R 49
Internationale aanbeveling voor watermeters, basis van veel nationale regelgeving.
IP68 / IP65
Beschermingsgraden tegen stof en water. IP68: permanente onderdompeling.

Communicatie

M-Bus
Meter-Bus volgens EN 13757: tweedraadsbus waarop één master veel meters uitleest.
Secundair adres (secondary address)
Uniek M-Bus-adres dat in de fabriek aan een meter wordt toegekend.
Wireless M-Bus
Draadloze variant van M-Bus; bij de H2O in de modi S1, T1 en OMS.
RS-485
Elektrische interface voor differentiële datatransmissie via een getwist aderpaar.
Modbus RTU
Master-slaveprotocol dat via RS-485 werkt.
LoRa
Radionetwerkprotocol voor apparaten met een laag stroomverbruik; in Europa gebruikt het de 868 MHz-band.
OTAA
Over-the-air activation: een LoRa-apparaat meldt zich bij het netwerk aan met nieuw afgeleide sessiesleutels.
NB-IoT
Mobiele netwerkstandaard voor kleine hoeveelheden data.
Optische interface D0
Infraroodinterface aan de voorkant van de meter voor configuratie en uitlezen ter plaatse.